Direct antwoord

Kort antwoord

Vult je wasmachine merkbaar langzamer met water dan normaal, kijk dan eerst naar de watertoevoer vóór de machine. Controleer of de waterkraan volledig openstaat en of de toevoerslang nergens geknikt, platgedrukt of strak achter de wasmachine zit.

Controleer daarna hoeveel water rechtstreeks uit de kraan komt. Draai de kraan dicht, koppel de toevoerslang los en houd een emmer onder de kraan. Bij een volledig geopende kraan is ongeveer 10 liter water binnen een minuut een bruikbare praktische controle. Duurt dat duidelijk langer, dan bereikt de wasmachine al met een beperkte waterstroom.

Is de toevoer aan de kraan goed, controleer dan de zeefjes in de watertoevoer. Vuil, zanddeeltjes en afzetting kunnen de kleine openingen gedeeltelijk blokkeren. Er komt dan nog wel water doorheen, maar aanzienlijk minder dan normaal.

Blijft de watertoevoer traag terwijl kraan, waterdruk, slang en filters in orde zijn, dan komt het inlaatventiel in beeld. Het ventiel kan elektrisch worden aangestuurd maar mechanisch toch onvoldoende openen. Ook de aansluiting, bedrading of aansturing van het ventiel kan een rol spelen. Onderzoek deze onderdelen gericht voordat je iets vervangt.

Start de keuzehulp voor wasmachines
01

Mogelijke oorzaken

Begin bovenaan: de meest voorkomende oorzaken staan als eerste.

1

De waterkraan staat niet volledig open

Meest waarschijnlijk

Een kraan die gedeeltelijk gesloten staat kan nog voldoende water doorlaten om de wasmachine te laten werken, maar het vullen duurt langer. Dit valt vooral op aan het begin van het programma en tijdens latere momenten waarop opnieuw water wordt ingenomen.

Draai de kraan volledig open en kijk of de waterstroom verbetert. Beweegt de kraan zwaar, komt er ook zonder aangesloten wasmachine weinig water uit of verandert de waterstroom nauwelijks wanneer je hem verder opent, dan kan ook de kraan zelf de doorstroming beperken.

2

De toevoerslang is geknikt of wordt afgekneld

Een gedeeltelijk dichtgedrukte toevoerslang hoeft de waterstroom niet volledig te blokkeren. Door de kleinere doorgang kan er nog wel water binnenkomen, maar veel langzamer.

Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer de wasmachine te ver naar achteren is geschoven en de slang tussen het apparaat en de muur klem komt te zitten. Controleer de volledige bereikbare lengte en let vooral op scherpe bochten direct achter de machine en bij de kraan.

3

Er komt te weinig water uit de kraan

De wasmachine kan alleen zo snel vullen als de aansluiting water kan leveren. Is de waterstroom aan de kraan laag, dan duurt iedere vulfase langer en kan de machine uiteindelijk ook een melding over de watertoevoer geven.

Een eenvoudige controle is een emmer van 10 liter rechtstreeks onder de volledig geopende kraan te vullen. Duurt dit ongeveer een minuut, dan is er aan de kraan een normale bruikbare waterstroom voor deze controle. Duurt het duidelijk langer, dan moet eerst worden onderzocht waarom de toevoer vanuit de waterinstallatie beperkt is.

4

Het filter in de watertoevoer is gedeeltelijk verstopt

Bij de aansluiting van de toevoerslang zitten kleine zeefjes die vuil uit het water tegenhouden. Na verloop van tijd kunnen daar zanddeeltjes, vuil en afzetting in blijven hangen. Een gedeeltelijk verstopt filter laat nog water door, maar verkleint de doorstroming.

Afhankelijk van de constructie kan er een filter bij de kraanaansluiting zitten en bij sommige machines ook bij de waterinlaat achter op het apparaat. Reinig alleen filters die volgens de constructie van het betreffende model bereikbaar of uitneembaar zijn en plaats ze correct terug voordat de kraan opnieuw wordt geopend.

5

De toevoerslang of waterbeveiliging beperkt de doorstroming

Bij sommige wasmachines is in de toevoerslang een waterbeveiliging of AquaStop-voorziening opgenomen. Ook daar stroomt het water door een filter en afsluitmechanisme voordat het de machine bereikt.

Zijn kraan en waterdruk goed en zijn de toegankelijke filters schoon, maar blijft de doorstroming via de slang duidelijk beperkt, dan verdient de complete toevoerslang aandacht. Controleer het exacte type slang en waterbeveiliging voordat je een onderdeel vervangt; de constructie verschilt per merk en model.

6

Het inlaatventiel opent niet volledig

Het inlaatventiel in de wasmachine opent wanneer de besturing water nodig heeft. Een ventiel kan nog functioneren maar door slijtage, vervuiling of een mechanisch probleem onvoldoende doorstroming geven. Daardoor hoort of ziet iemand wel dat er water binnenkomt, maar duurt het bereiken van het gewenste waterniveau veel langer.

Sommige machines hebben meerdere ventielkanalen voor verschillende delen van de wasmiddellade. Daardoor kan de toevoer tijdens de ene programmafase normaal lijken en tijdens een andere fase juist traag zijn.

Zijn kraan, slang, waterdruk en filters aantoonbaar in orde, controleer dan het ventiel, de aansluitingen en de elektrische aansturing gericht.

02

Zelf controleren

Volg de stappen in deze volgorde en controleer na iedere stap of het probleem is opgelost.

Dit heb je nodig
  • Zaklamp
  • Emmer
  • Doek
  • Kruiskopschroevendraaier
  • Kleine zachte borstel
  1. 1

    Controleer wanneer het vullen langzaam gaat

    Start een normaal wasprogramma en kijk hoe de watertoevoer verloopt. Let op of de machine meteen water begint in te nemen, of de waterstroom krachtig klinkt en of het probleem alleen aan het begin of ook bij latere vulmomenten optreedt.

    Kijk ook naar het display. Verschijnt er een kraansymbool, foutcode of andere melding, noteer deze voordat je de machine uitschakelt of opnieuw instelt.

    Beoordeel de snelheid niet alleen aan de hoeveelheid zichtbaar water achter het deurglas. Moderne wasmachines gebruiken relatief weinig water en nemen dit afhankelijk van programma en belading in verschillende fasen in.

  2. 2

    Open de waterkraan volledig

    Controleer of de kraan waarop de wasmachine is aangesloten volledig geopend is. Draai hem rustig volledig open en let erop of de waterstroom naar de machine verandert.

    Controleer tegelijkertijd of de kraan normaal bedienbaar is. Een kraan kan aan de buitenkant open lijken terwijl de interne doorlaat door slijtage of afzetting toch beperkt is.

  3. 3

    Controleer de toevoerslang op knikken en beknelling

    Kijk vanaf de kraan tot aan de aansluiting op de wasmachine hoe de slang loopt. Trek de machine indien nodig voorzichtig iets naar voren zodat ook het gedeelte direct achter het apparaat zichtbaar wordt.

    Maak scherpe bochten recht en zorg dat de slang niet tussen de wasmachine, muur of kast wordt platgedrukt. Controleer ook of de slang niet zo strak staat dat een bocht bij een aansluiting bijna wordt dichtgetrokken.

  4. 4

    Meet de waterstroom rechtstreeks aan de kraan

    Draai de kraan dicht en koppel de toevoerslang los. Zet een emmer van 10 liter onder de kraan en open de kraan vervolgens volledig.

    Een bruikbare praktische controle is dat ongeveer 10 liter water binnen één minuut uit de kraan komt. Duurt het duidelijk langer, dan is de waterstroom al beperkt voordat het water de wasmachine bereikt.

    Draai de kraan daarna weer dicht voordat je de slang aansluit of verder controleert.

  5. 5

    Reinig de filters in de watertoevoer

    Haal de stekker uit het stopcontact en zorg dat de waterkraan gesloten is. Maak de toevoerslang voorzichtig los en controleer het filter bij de aansluiting. Verwijder zichtbaar vuil met een kleine zachte borstel en spoel een uitneembaar filter schoon wanneer de constructie van het model dat toelaat.

    Bij sommige machines zonder geïntegreerde AquaStop zit ook bij de waterinlaat achter op de wasmachine een bereikbaar zeefje. Controleer hiervoor de uitvoering van het exacte model voordat je het verwijdert.

    Heeft de slang een AquaStop-behuizing, houd het elektrische ventielhuis droog en dompel het niet onder in water.

    Sluit alles daarna zorgvuldig aan, open de kraan rustig en controleer de aansluitingen op lekkage. Bosch en Siemens noemen juist vervuilde toevoerfilters, een geknikte slang en onvoldoende waterdruk als de belangrijkste controles bij beperkte watertoevoer.

  6. 6

    Controleer het inlaatventiel als de externe toevoer goed is

    Komt er rechtstreeks uit de kraan voldoende water, ligt de slang vrij en zijn de filters schoon, dan zit de beperking waarschijnlijk verder in het toevoersysteem van de machine.

    Wie ervaring heeft met witgoed kan het inlaatventiel en de aansluitingen controleren. Kijk eerst naar vervuiling, beschadigingen en losse connectoren. Controleer daarna het ventiel volgens de technische gegevens van het exacte onderdeel.

    Een correcte elektrische weerstand van de spoel bewijst niet automatisch dat het ventiel mechanisch volledig opent. Blijft de waterstroom door een aangestuurd ventiel beperkt, dan moet daarom ook de mechanische werking worden meegenomen. Zijn ventiel en bedrading in orde, dan kan vervolgens de aansturing worden onderzocht.

Sluit de kraan voordat je de toevoerslang losmaakt

Draai de waterkraan dicht en haal de stekker uit het stopcontact voordat je de toevoerslang, filters of interne aansluitingen controleert. In de slang kan nog water en druk aanwezig zijn, dus maak de aansluiting rustig los en houd een doek of lage opvangbak bij de hand. Heeft de slang een elektrische AquaStop-beveiliging, dompel het ventielhuis dan niet onder in water.

Blijft de watertoevoer problemen geven?

Een wasmachine die langzaam vult hoeft niet direct vervangen te worden. Een vervuild filter, geknikte slang of probleem met het inlaatventiel is vaak gericht te onderzoeken. Blijkt een reparatie nodig en is de machine al ouder, dan kun je de kosten daarvan vergelijken met vervanging. De keuzehulp laat zien welke wasmachines passen bij je huishouden, gewenste capaciteit, functies en budget.

04

Veelgestelde vragen

Korte antwoorden op vragen over dit probleem.

Waarom pakt mijn wasmachine zo langzaam water?

Een gedeeltelijk gesloten kraan, lage waterstroom, geknikte toevoerslang of vervuild toevoerfilter zijn logische eerste oorzaken. Zijn die in orde, dan kan het inlaatventiel onvoldoende openen. Kijk ook of het probleem tijdens alle vulmomenten optreedt of slechts tijdens één deel van het programma.

Hoe controleer ik of er genoeg waterdruk voor de wasmachine is?

Draai de kraan dicht, verwijder de toevoerslang en plaats een emmer van 10 liter onder de kraan. Open de kraan volledig. Als praktische controle wordt ongeveer 10 liter water binnen één minuut aangehouden. Duurt dat duidelijk langer, dan is de waterstroom aan de aansluiting beperkt. De exacte installatie-eisen kunnen per wasmachine verschillen.

Kan een verstopt toevoerfilter ervoor zorgen dat de wasmachine langzaam vult?

Ja. Het zeefje in de watertoevoer houdt kleine vuildeeltjes tegen en kan gedeeltelijk dichtslibben. Er blijft dan water binnenkomen, maar de doorstroming wordt kleiner. Sluit de kraan, maak de machine spanningsloos en reinig de bereikbare toevoerfilters volgens de constructie van het model. Controleer de aansluitingen daarna op lekkage.

Advies van de expert

André

Witgoedexpert bij Witgoed-Gids.nl

Bij storingen en problemen vertaalt André technische kennis naar duidelijke uitleg en praktische stappen die je zelf kunt controleren.

Meer over André