Bij een stoomfunctie verwarmt de wasmachine een kleine hoeveelheid water om stoom of hete vochtige lucht te produceren. Die komt in contact met het textiel in de trommel.
Wat dat oplevert hangt af van het programma.
Stoom kan bijvoorbeeld worden gebruikt om:
- gedragen kleding op te frissen;
- geurtjes te verminderen;
- kreukels in textiel te ontspannen;
- een normaal wasprogramma aan te vullen;
- bij daarvoor ontworpen programma's de hygiënische behandeling te ondersteunen.
Daarmee is ‘stoomfunctie’ eigenlijk een verzamelnaam.
Bij de ene machine betekent het dat je een overhemd na één keer dragen kort kunt opfrissen zonder een volledige wasbeurt. Bij een andere machine wordt stoom pas tijdens of aan het einde van een gewoon wasprogramma toegevoegd.
Ook de hoeveelheid stoom, temperatuur, programmaduur en maximale belading verschillen per model.
Het belangrijkste bij een wasmachine met stoom is daarom niet óf er stoom op zit, maar waarvoor de fabrikant de stoomfunctie heeft ontworpen.