Tijdens het centrifugeren draait de trommel met een hoog toerental. Daarbij ontstaan krachten die via de ophanging en de behuizing uiteindelijk op de vloer worden overgebracht.
Daarom zijn twee dingen belangrijk:
1. De wasmachine moet waterpas staan.
2. Alle vier de voeten moeten stevig op de vloer staan.
Die twee voorwaarden zijn niet helemaal hetzelfde.
Een machine kan op het oog vrijwel recht staan en toch op één hoek kunnen wiebelen. Andersom is alleen controleren of de machine niet wiebelt onvoldoende om vast te stellen dat hij daadwerkelijk waterpas staat.
Een verkeerde opstelling kan bijdragen aan:
- meer trillingen tijdens het centrifugeren;
- bonkende of kloppende geluiden;
- het verschuiven of ‘wandelen’ van de machine;
- problemen met het verdelen van de belading.
Een goed afgestelde machine hoeft overigens niet volledig trillingsvrij te zijn. Een wasmachine beweegt tijdens het centrifugeren altijd enigszins en ook de verdeling van het wasgoed, het toerental, de vloer en de constructie van de machine hebben invloed.
Waterpas zetten is dus een belangrijke basisvoorwaarde, maar geen oplossing voor iedere vorm van lawaai of trilling.