Bij de witte was horen in de eerste plaats kledingstukken en ander textiel dat volledig of vrijwel volledig wit is.
Denk bijvoorbeeld aan:
- witte T-shirts;
- witte overhemden;
- witte sokken;
- wit ondergoed;
- witte handdoeken;
- wit beddengoed.
Zuiver wit apart wassen verkleint de kans dat kleurstoffen uit ander textiel het wit langzaam een grijze, blauwe of roze waas geven.
Crème, beige, lichtgrijs en pastelkleuren zijn technisch gezien geen witte was. Ze kunnen soms probleemloos met lichte kleuren worden gecombineerd, maar wie helder wit textiel zo lang mogelijk wit wil houden, kan zuiver wit beter in een eigen groep wassen.
Bij een wit kledingstuk met gekleurde delen ligt het anders. Een wit T-shirt met een grote rode print kun je niet simpelweg behandelen alsof het volledig wit is. De gekleurde delen moeten eveneens tegen het gekozen wasmiddel, programma en de temperatuur kunnen.
Kijk daarom niet alleen naar de hoofdkleur, maar ook naar:
- gekleurde prints en borduursels;
- donkere boorden of strepen;
- het materiaal;
- het waslabel;
- eventuele aanwijzingen zoals ‘apart wassen’ of ‘met gelijke kleuren wassen’.
De kleur bepaalt dus vooral bij welke wasstapel een kledingstuk hoort. Het waslabel bepaalt vervolgens hoe het gewassen mag worden.