Wol vraagt om een andere behandeling dan bijvoorbeeld stevig katoen.
De vezels kunnen door een combinatie van vocht, warmte en mechanische beweging gaan vervilten en krimpen. Daarom probeert een wolprogramma vooral onnodige wrijving en beweging te beperken.
Afhankelijk van de wasmachine gebeurt dat bijvoorbeeld door:
- rustigere of kortere trommelbewegingen;
- pauzes tussen de bewegingen;
- een kleine toegestane belading;
- een beperkte of aangepaste centrifugesnelheid;
- een lage of gematigde wastemperatuur.
De exacte programmacyclus verschilt per merk en model.
Een wolprogramma hoeft dus niet volledig zonder centrifugeren te werken. Sommige machines centrifugeren wollen wasgoed wel, maar met een lager maximaal toerental of een speciaal aangepast verloop.
Het belangrijkste verschil met Katoen zit daarom niet alleen in de temperatuur.
Een wolprogramma beperkt juist de mechanische behandeling van het textiel.