Direct antwoord

Kort antwoord

Wordt je was niet goed schoon, bepaal dan eerst wat er na het wassen nog zichtbaar is. Blijven dezelfde vlekken of vuile plekken zitten die vóór het wassen al aanwezig waren, dan gaat het werkelijk om onvoldoende reiniging. Ontstaan er juist nieuwe vlekken, witte resten of een vreemde geur, dan speelt er waarschijnlijk iets anders dan alleen een te zwak wasresultaat.

Controleer vervolgens het gekozen programma. Een kort programma is bedoeld voor een andere belading en vervuilingsgraad dan een intensiever katoen- of vlekkenprogramma. Ook het maximale vulgewicht verschilt per programma. Een trommel die voor het ene programma normaal gevuld is, kan voor een ander programma te vol zijn.

Daarna komt het wasmiddel. Zowel te weinig als verkeerd gekozen wasmiddel kan het resultaat verslechteren. De juiste dosering hangt niet alleen af van de hoeveelheid wasgoed, maar ook van de vervuiling en de waterhardheid. Meer toevoegen is niet automatisch beter: overdosering kan juist veel schuim en wasmiddelresten veroorzaken.

Blijft de hele was onder vergelijkbare omstandigheden structureel minder schoon dan vroeger, dan is het zinvol naar de werking van de machine te kijken. Wordt het wasmiddel goed uit de lade gespoeld? Komt er normaal water binnen? Beweegt de trommel tijdens de wasfase zoals gebruikelijk en wordt het water bij een warm programma daadwerkelijk verwarmd? Door die functies afzonderlijk te controleren voorkom je dat een technisch defect wordt vermoed terwijl de oorzaak bij belading, programma of dosering ligt.

Start de keuzehulp voor wasmachines
01

Mogelijke oorzaken

Begin bovenaan: de meest voorkomende oorzaken staan als eerste.

1

Het gekozen programma past niet bij het wasgoed of de vervuiling

Meest waarschijnlijk

Een wasprogramma bepaalt onder meer hoe lang er wordt gewassen, hoe de trommel beweegt, hoeveel water wordt gebruikt en welke temperatuurregeling wordt toegepast. Een kort programma dat prima werkt voor licht gedragen kleding kan daardoor onvoldoende zijn voor een volle trommel met ingedroogde vlekken of sterk vervuild wasgoed.

Kijk niet alleen naar de programmanaam of temperatuur. Controleer in de handleiding ook voor welk soort textiel, welke vervuilingsgraad en welk maximaal vulgewicht het programma bedoeld is.

Heeft de machine opties voor intensiever wassen, voorwas of vlekbehandeling, gebruik die alleen wanneer ze passen bij het wasgoed en de instructies van het model.

2

Er zit te veel wasgoed in de trommel

Wasgoed moet tijdens de hoofdwas voldoende kunnen bewegen zodat water en wasmiddel de verschillende kledingstukken bereiken. Bij een te volle trommel wordt het textiel sterk tegen elkaar gedrukt en beweegt de inhoud meer als één massa.

Daardoor kunnen water en wasmiddel moeilijker tussen het wasgoed circuleren en worden vuil en vlekken minder effectief losgemaakt.

Let vooral op het maximale vulgewicht van het gekozen programma. Een wasmachine met bijvoorbeeld een grote maximale capaciteit mag bij speciale programma’s vaak aanzienlijk minder zwaar worden gevuld. Prop wasgoed daarom niet in de trommel alleen omdat er fysiek nog iets bij past.

3

Het wasmiddel past niet bij de was of is verkeerd gedoseerd

Wasmiddel levert een belangrijk deel van de chemische reinigingswerking. Te weinig wasmiddel kan onvoldoende zijn om vuil los te maken en in het waswater vast te houden. Ook het verkeerde type wasmiddel kan minder geschikt zijn voor het textiel of het soort vuil.

Doseer daarom op basis van de aanwijzingen op het wasmiddel en houd rekening met hoeveelheid wasgoed, vervuilingsgraad en waterhardheid.

Gebruik ook niet op goed geluk extra veel wasmiddel wanneer het resultaat tegenvalt. Overdosering kan veel schuim veroorzaken en het spoelen bemoeilijken. Heeft de wasmachine automatische dosering, controleer dan of het juiste middel is gevuld en of de ingestelde basisdosering nog past bij het gebruikte product en de lokale waterhardheid.

4

De vlek vraagt meer dan een normaal wasprogramma

Niet iedere vlek verdwijnt volledig tijdens één normale wasbeurt. Ingedroogd vet, gras, bloed, cosmetica en andere vervuiling kunnen ieder anders reageren op temperatuur, wasmiddel en voorbehandeling.

Kijk daarom of vooral bepaalde vlekken blijven zitten terwijl de rest van het wasgoed wel schoon wordt. Dat is een ander patroon dan een volledige lading die grauw of algemeen vuil uit de machine komt.

Behandel hardnekkige vlekken volgens het waslabel en de aanwijzingen van een geschikt vlekkenmiddel voordat de vlek meerdere keren wordt gewassen of gedroogd. Gebruik niet automatisch een hogere temperatuur: sommige vlekken en stoffen vragen juist om een specifieke behandeling.

5

Het wasmiddel komt niet goed bij het wasgoed terecht

Wanneer wasmiddel in de lade achterblijft of niet goed wordt ingespoeld, krijgt de wasbeurt niet de bedoelde hoeveelheid reinigingsmiddel.

Controleer de wasmiddellade op aangekoekte resten en kijk naar de openingen waar het spoelwater de lade binnenkomt. Een vervuilde lade kan de waterverdeling hinderen. Ook een beperkte watertoevoer kan ervoor zorgen dat wasmiddel niet goed uit het doseervak wordt meegenomen.

Let bij een programma op wat er daadwerkelijk gebeurt: blijft na de was duidelijk wasmiddel in het daarvoor bedoelde vak achter, dan is dat een concrete aanwijzing die verder onderzocht moet worden.

Bij capsules of pods is juist de plaatsing belangrijk. Gebruik ze volgens de aanwijzingen van de fabrikant van het product en controleer of ze na afloop volledig zijn opgelost.

6

De machine levert tijdens de hoofdwas niet meer de juiste omstandigheden

Zijn programma, belading, vlekbehandeling en wasmiddeldosering correct, maar is het volledige wasresultaat structureel verslechterd, dan kan een technische afwijking de mechanische, thermische of hydraulische reinigingswerking verminderen.

Denk bijvoorbeeld aan water dat te langzaam of onvoldoende binnenkomt, een trommel die tijdens de hoofdwas niet normaal beweegt of een verwarmingssysteem dat bij een warm programma de benodigde temperatuur niet bereikt. Ook problemen met het afvoeren van vuil waswater kunnen het uiteindelijke resultaat beïnvloeden.

Beoordeel daarom niet meteen één los onderdeel als defect. Kijk welke functie tijdens een complete wasbeurt aantoonbaar afwijkt. Pas daarna heeft het zin om dat systeem gericht verder te controleren.

02

Zelf controleren

Volg de stappen in deze volgorde en controleer na iedere stap of het probleem is opgelost.

  1. 1

    Bepaal eerst wat ‘niet schoon’ precies betekent

    Bekijk het wasgoed direct na een afgerond programma en vergelijk het met de toestand vóór het wassen.

    Zijn de oorspronkelijke vuilplekken of vlekken nog zichtbaar, terwijl de kleding verder normaal ruikt en geen nieuwe resten heeft? Dan past het probleem bij onvoldoende reiniging.

    Maak onderscheid met andere verschijnselen:

    - nieuwe bruine, grijze of gebleekte plekken;
    - witte poeder- of wasmiddelresten;
    - schoon ogende kleding die vooral onaangenaam ruikt;
    - wasgoed dat uitzonderlijk nat uit de machine komt.

  2. 2

    Doe één gecontroleerde wasbeurt

    Gebruik niet direct dezelfde volle wasmand opnieuw.

    Kies een normale hoeveelheid wasgoed van vergelijkbaar materiaal en controleer de waslabels. Selecteer vervolgens een programma dat volgens de handleiding geschikt is voor het textiel en de vervuilingsgraad.

    Gebruik daarbij geen extreem kort programma om sterk vervuild wasgoed te beoordelen. Controleer ook of extra instellingen uit eerdere wasbeurten niet per ongeluk actief zijn gebleven.

    Markeer desnoods één of twee vuile plekken vooraf. Daardoor kun je na afloop veel beter beoordelen of de reiniging daadwerkelijk is verbeterd dan wanneer je alleen naar de algemene indruk van een volle trommel kijkt.

  3. 3

    Verminder de belading en controleer de bewegingsruimte

    Controleer het maximale vulgewicht dat voor het gekozen programma geldt. Haal bij twijfel een deel van de inhoud uit de trommel.

    Het wasgoed moet los genoeg liggen om tijdens de wasfase te kunnen vallen, draaien en van positie te veranderen. Een trommel die zo strak is gevuld dat kleding nauwelijks kan bewegen, beperkt de mechanische waswerking en de verdeling van water en wasmiddel.

    Observeer tijdens de hoofdwas ook de trommel. De precieze beweging verschilt per programma, maar het wasgoed hoort gedurende een normale wascyclus niet voortdurend als één onbeweeglijke compacte massa tegen de trommel te blijven liggen.

  4. 4

    Doseer het juiste wasmiddel bewust opnieuw

    Controleer welk wasmiddel je gebruikt en voor welk soort was het bedoeld is. Kijk vervolgens op de verpakking naar de dosering voor de betreffende vervuilingsgraad en waterhardheid.

    Meet de hoeveelheid voor deze test daadwerkelijk af in plaats van op gevoel te schenken.

    Heeft de wasmachine automatische dosering, controleer dan welk middel in het reservoir zit, of er voldoende aanwezig is en welke basisdosering staat ingesteld.

    Let tijdens de was op extreme schuimvorming. Veel schuim is geen bewijs van betere reiniging en kan juist betekenen dat meer wasmiddel is gebruikt dan nodig.

  5. 5

    Controleer of water en wasmiddel normaal worden aangevoerd

    Bekijk na het starten wat er in de wasmiddellade gebeurt. Het middel uit het juiste vak hoort tijdens de daarvoor bedoelde programmafase te worden meegenomen.

    Blijft een opvallend groot deel achter, reinig dan de lade en de bereikbare spoelopeningen. Controleer daarnaast of de waterkraan volledig openstaat en de toevoerslang niet wordt afgekneld.

    Luister ook naar het vullen. Een moderne wasmachine hoeft geen hoog zichtbaar waterniveau achter het glas te hebben om normaal te werken. Beoordeel de watertoevoer daarom niet alleen op wat je door de deur ziet.

    Het gaat erom of de machine zonder foutmelding en zonder opvallend lange vulfase het benodigde water inneemt en het wasmiddel normaal meeneemt.

  6. 6

    Controleer de technische waswerking als het resultaat slecht blijft

    Levert een gecontroleerde was met de juiste belading, het juiste programma en correct gedoseerd wasmiddel nog steeds een duidelijk slecht resultaat op, kijk dan naar de afzonderlijke functies van de machine.

    Observeer of de trommel tijdens de hoofdwas normaal beweegt. Controleer bij een bewust gekozen warm programma of er aanwijzingen zijn dat de verwarming niet naar behoren werkt. Let daarnaast op afwijkend lang vullen, water dat na de wasfase slecht wordt afgevoerd en eventuele foutcodes.

    Wie ervaring heeft met witgoed kan daarna alleen het systeem dat afwijkend gedrag vertoont gericht onderzoeken. Dat kan bijvoorbeeld de watertoevoer, temperatuurregeling, motorbesturing of afvoer zijn.

Begin met het wasproces voordat je onderdelen controleert

Voor controles van programma, wasmiddel, belading en wasmiddellade hoeft de machine niet te worden geopend. Maak de wasmachine spanningsloos voordat je interne aansluitingen of onderdelen controleert. Open je het pompfilter, houd dan rekening met restwater en laat heet water eerst afkoelen. Volg bij kleding altijd het waslabel en bij wasmiddel de doseerinstructies van de fabrikant.

Blijft het wasresultaat structureel tegenvallen?

Een slecht wasresultaat betekent niet automatisch dat de wasmachine versleten is. Programmakeuze, belading en wasmiddeldosering zijn eerst het controleren waard. Blijkt daarna dat de machine technisch niet meer goed wast en wordt reparatie bij een ouder model kostbaar, dan kun je repareren en vervangen naast elkaar zetten. De keuzehulp laat zien welke wasmachines passen bij je huishouden, gebruik en budget.

04

Veelgestelde vragen

Korte antwoorden op vragen over dit probleem.

Waarom wordt mijn was niet goed schoon in de wasmachine?

Kijk eerst naar programma, belading en wasmiddel. Een programma dat te licht is voor de vervuiling, een te volle trommel of een verkeerde dosering kan ervoor zorgen dat vuil onvoldoende wordt verwijderd. Blijft een normale belading met het juiste programma en correct gedoseerd wasmiddel structureel vuil, controleer dan of het wasmiddel goed wordt ingespoeld en of watertoevoer, trommelbeweging en temperatuurregeling normaal functioneren.

Moet ik meer wasmiddel gebruiken als mijn was niet schoon wordt?

Niet automatisch. De juiste hoeveelheid hangt af van de hoeveelheid wasgoed, hoe vuil het is en de waterhardheid. Te weinig kan de reiniging verminderen, maar te veel wasmiddel kan juist overmatige schuimvorming en resten veroorzaken. Volg daarom de dosering van het gebruikte wasmiddel en pas die aan de werkelijke belading en vervuiling aan.

Waarom blijven vlekken na het wassen nog zichtbaar?

Sommige vlekken vragen om een gerichte voorbehandeling of een programma dat beter bij de vervuiling past. Kijk ook naar het waslabel voordat je een hogere temperatuur kiest. Blijven alleen bepaalde hardnekkige vlekken achter terwijl de rest van de was wel schoon is, dan wijst dat minder snel op een defecte wasmachine dan wanneer de volledige belading structureel slecht wordt gewassen.

Advies van de expert

André

Witgoedexpert bij Witgoed-Gids.nl

Bij storingen en problemen vertaalt André technische kennis naar duidelijke uitleg en praktische stappen die je zelf kunt controleren.

Meer over André