Je hoeft niet voor iedere kleur een afzonderlijke was te draaien. Het belangrijkste is dat je voorkomt dat een donker of sterk gekleurd kledingstuk kleur afgeeft aan veel lichtere stoffen.
Als praktische basis kun je vier groepen gebruiken:
Wit
Zuiver wit wasgoed houd je het veiligst apart. Daarmee verklein je de kans dat witte kleding na verloop van tijd een grijze of gekleurde waas krijgt.
Lichte kleuren
Denk aan lichtgrijs, lichtbeige, zachtroze, lichtblauw en andere pasteltinten. Deze kunnen vaak samen wanneer ze kleurvast zijn en hetzelfde wasprogramma aankunnen.
Bonte en felle kleuren
Rood, roze, oranje, paars, blauw en groen kunnen afhankelijk van de tint in groepen met vergelijkbare kleuren worden gewassen. Vooral bij nieuwe of zeer intense kleuren is voorzichtigheid nodig.
Donkere kleuren
Zwart, donkerblauw, antraciet, donkerbruin en andere donkere tinten kunnen vaak samen als materiaal en wasvoorschrift overeenkomen.
De grens is niet exact. Een zeer lichtgrijs shirt ligt bijvoorbeeld dichter bij lichte was dan bij een zwarte spijkerbroek. Kijk daarom vooral naar hoe licht of donker een kleur is en hoeveel risico op zichtbare verkleuring er bestaat.
Nieuwe kleding vormt een uitzondering. Een nieuw donkerblauw, rood of zwart kledingstuk kan nog overtollige kleurstof afgeven, ook wanneer het uiteindelijk probleemloos bij vergelijkbare kleuren kan worden gewassen.