Direct antwoord

Kort antwoord

Doe wasmiddel voor de hoofdwas bij de meeste wasmachines in vakje II. Vakje I is bestemd voor wasmiddel dat tijdens een voorwas wordt gebruikt en hoeft bij een normale was zonder voorwas niet gevuld te worden. Wasverzachter gaat meestal in het aparte vak met een bloem- of vergelijkbaar verzorgingssymbool. De precieze indeling kan per wasmachine verschillen, vooral bij modellen met automatische dosering, daarom blijft de handleiding van jouw model leidend.

Doe de wasmachine-keuzehulp

Wat betekenen vakje I en vakje II van de wasmachine?

De Romeinse cijfers op een traditionele wasmiddellade geven aan op welk moment van het wasprogramma de inhoud wordt gebruikt.

De gebruikelijke indeling is:

Vakje I – voorwas
Hier gaat wasmiddel in wanneer je een programma of optie met voorwas gebruikt.

Vakje II – hoofdwas
Hier gaat het normale wasmiddel voor de eigenlijke wasbeurt in. Bij een gewone was zonder voorwas is dit daarom meestal het vak dat je nodig hebt.

Bloemensymbool – wasverzachter
Het kleinere verzorgingsvak is doorgaans bedoeld voor wasverzachter of een ander daarvoor toegestaan vloeibaar onderhoudsmiddel.

Bosch gebruikt deze indeling bijvoorbeeld expliciet in zijn handleidingen: vak I voor voorwas, vak II voor hoofdwas en het vak met het bloemensymbool voor wasverzachter.

De cijfers betekenen dus niet:

  • I voor vloeibaar wasmiddel;
  • II voor waspoeder;
  • I voor witte was;
  • II voor gekleurde was.

Ze verwijzen naar voorwas en hoofdwas.

Daardoor kan zowel geschikt poeder als vloeibaar wasmiddel in vak II worden gebruikt, mits je wasmachine en het gekozen product dat toestaan.

Wanneer doe je wasmiddel in vakje II?

Voor de meeste normale wasbeurten gebruik je vakje II.

Dat is het vak voor de hoofdwas: het deel van het programma waarin het grootste deel van de reiniging plaatsvindt.

Denk bijvoorbeeld aan een normale was met:

  • Katoen;
  • Synthetica;
  • Eco 40-60;
  • Fijne was;
  • een passend kort programma;
  • een ander programma zonder afzonderlijke voorwas.

Kies je geen voorwas, dan hoef je vakje I normaal gesproken niet te vullen.

Dat maakt de praktische regel eenvoudig:

één normale wasbeurt zonder voorwas → wasmiddel in vak II.

Het type wasmiddel staat daar los van. Of je een witwasmiddel, bontwasmiddel, fijnwasmiddel of ander geschikt middel gebruikt, wordt bepaald door het wasgoed.

Ook de keuze tussen poeder en vloeibaar bepaalt niet dat je plotseling van vak I naar vak II moet wisselen. Voor de hoofdwas blijft vak II bij een traditionele lade het uitgangspunt.

Sommige machines hebben in vak II wel een inzetstuk of doseerhulp voor vloeibaar wasmiddel. Bij bepaalde Bosch machines moet dat inzetstuk bijvoorbeeld anders worden geplaatst bij vloeibaar middel dan bij poeder.

Controleer zo'n inzetstuk daarom voordat je vloeibaar wasmiddel gebruikt.

Wanneer gebruik je vakje I voor de voorwas?

Vakje I gebruik je alleen wanneer je wasprogramma daadwerkelijk een voorwas uitvoert.

Een voorwas vindt vóór de hoofdwas plaats en is bedoeld als extra eerste reinigingsfase. Dat kan bij bepaalde sterk vervuilde was nuttig zijn wanneer het programma en het textiel daarvoor geschikt zijn.

Gebruik je voorwas, dan worden in een traditionele lade beide fasen afzonderlijk voorzien van wasmiddel:

Vak I → voorwas
Vak II → hoofdwas

Dat is precies waarom er twee wasmiddelvakken bestaan.

Miele geeft bij gebruik van de extra functie Voorwas bijvoorbeeld als instructie om een deel van het wasmiddel in vak I en het overige deel in vak II te doen.

Hoe de totale hoeveelheid vervolgens over beide vakken moet worden verdeeld, verschilt per machine en wasmiddel. Daarvoor volg je de handleiding van de wasmachine en het doseeradvies van het gebruikte middel.

Gebruik een voorwas niet automatisch bij iedere vuile lading.

Voor normale dagelijkse kleding is meestal gewoon een passend hoofdwasprogramma voldoende. Een extra voorwas betekent bovendien een extra programmafase en is dus alleen zinvol wanneer de vervuiling daar aanleiding toe geeft.

Heb je geen voorwas geselecteerd? Vul vak I dan niet ‘voor de zekerheid’.

Waar moet wasverzachter in de wasmiddellade?

Wasverzachter hoort niet in vak I of II, maar in het aparte verzorgingsvak.

Dat herken je bij veel wasmachines aan een symbool dat op een bloem lijkt. Soms gebruikt een fabrikant een iets andere vorm of markering.

Dit vak werkt anders dan het hoofdwasvak.

Wasverzachter moet pas tijdens een latere spoelfase bij het wasgoed terechtkomen. De wasmachine houdt het middel daarom in een afzonderlijk compartiment totdat het juiste moment in het programma is bereikt.

Let op de MAX-markering.

Vul het wasverzachtervak niet hoger dan aangegeven. Bij sommige ladeconstructies kan een te hoog niveau het hevelsysteem voortijdig activeren, waardoor het middel te vroeg wegloopt.

AEG waarschuwt daar expliciet voor: wanneer het verzorgingsvak boven het maximale niveau wordt gevuld, kan wasverzachter al direct naar de trommel lopen in plaats van op het bedoelde moment te worden toegevoegd.

Ook dikke of opgedroogde wasverzachter kan problemen veroorzaken. Miele adviseert het hevelsysteem en het kanaal van het wasverzachtervak schoon te houden wanneer middel achterblijft.

Wasverzachter is overigens geen wasmiddel. Het vervangt dus nooit het middel in vak II.

Kan vloeibaar wasmiddel ook in vakje II?

Ja, bij veel traditionele wasmachines kan geschikt vloeibaar wasmiddel gewoon in vak II voor de hoofdwas.

Maar hier zit een belangrijk detail.

Sommige wasmiddellades hebben in vak II een klein:

  • klepje;
  • schuifje;
  • doseerinzetstuk;
  • maatverdeling.

Dat onderdeel kan een andere stand nodig hebben voor vloeibaar wasmiddel dan voor waspoeder.

Het voorkomt bijvoorbeeld dat vloeibaar middel direct uit het compartiment wegloopt voordat het programma is gestart.

Bij verschillende Bosch modellen moet de doseerhulp in vak II voor vloeibaar middel naar beneden worden geplaatst. Voor poeder wordt deze juist anders gezet. Bosch geeft bovendien aan dat die doseerhulp bij bepaalde programma's, waaronder programma's met voorwas, niet gebruikt moet worden.

Daarom is één universele instructie als:

vloeibaar altijd links, poeder altijd rechts

onbetrouwbaar.

De positie van vak I en II kan zelfs fysiek verschillen tussen merken en modellen. Het cijfer of symbool is belangrijker dan of een vak links of rechts zit.

Gebruik dus:

II = hoofdwas

en kijk vervolgens in de handleiding hoe jouw lade met vloeibaar wasmiddel omgaat.

De bredere vraag wanneer je beter poeder of vloeibaar wasmiddel kiest, staat los van deze lade-indeling.

Waarom ziet niet iedere wasmiddellade er hetzelfde uit?

De indeling I – II – wasverzachter is veelvoorkomend, maar moderne wasmachines kunnen hiervan afwijken.

Dat zie je vooral bij modellen met:

  • automatische wasmiddeldosering;
  • aparte reservoirs;
  • wasmiddelcapsules;
  • meerdere vloeibare wasmiddelen;
  • speciale additieven;
  • een gecombineerde handmatige en automatische lade.

Een AEG wasmachine met AutoDose kan bijvoorbeeld aparte automatische reservoirs hebben en daarnaast een compartiment voor handmatig gedoseerd wasmiddel.

Miele gebruikt bij bepaalde machines naast de traditionele lade systemen zoals TwinDos en CapDosing. Een Miele Cap kan bijvoorbeeld via een speciaal capsulevak in de wasmiddellade op het juiste moment worden toegevoegd.

Bij zulke machines moet je dus niet aannemen dat ieder groot vak simpelweg I of II is.

Ook een extra compartiment kan per fabrikant iets anders betekenen.

Daarom is deze volgorde het betrouwbaarst wanneer je voor een onbekende wasmachine staat:

  1. Zoek II voor de gewone hoofdwas.
  2. Zoek I alleen wanneer je een voorwas gebruikt.
  3. Zoek het verzorgingssymbool voor wasverzachter.
  4. Controleer speciale inzetstukken of reservoirs.
  5. Raadpleeg bij een afwijkende lade de handleiding van het exacte model.

Voor een gewone wasmachine met traditionele wasmiddellade blijft de hoofdregel echter simpel:

normale was = vak II.

Liever minder handmatig met wasmiddel bezig?

Bij een traditionele wasmachine doseer je het wasmiddel zelf via de lade. Er zijn ook modellen die vloeibaar wasmiddel automatisch uit een reservoir doseren en daardoor een deel van dit werk overnemen.

Veelgestelde vragen

Nog even kort

Korte antwoorden op vragen die bij dit onderwerp aansluiten.

Moet wasmiddel in vakje 1 of 2?

Bij een normale was zonder voorwas gaat het wasmiddel bij de meeste traditionele wasmachines in vakje II. Vakje I is bedoeld voor wasmiddel voor de voorwas. Controleer bij een afwijkende of automatische wasmiddellade altijd de handleiding van jouw model.

Wat gebeurt er als je wasmiddel in vakje I doet?

Vakje I is bedoeld voor de voorwas. Wanneer een voorwas actief is, wordt het middel uit dit vak vóór de hoofdwas gebruikt. Bij een programma zonder voorwas kan de werking per machine verschillen en kan het middel bijvoorbeeld niet op het bedoelde moment worden meegenomen. Voor een normale hoofdwas gebruik je daarom vak II.

Moet je bij voorwas zowel vak I als vak II vullen?

Ja, bij een traditionele lade gebruik je bij een daadwerkelijke voorwas doorgaans vak I voor de voorwas en vak II voor de hoofdwas. Hoeveel wasmiddel in ieder vak hoort, hangt af van de instructies van de wasmachine en het gebruikte wasmiddel.

Waar moet vloeibaar wasmiddel in?

Voor een normale hoofdwas gaat geschikt vloeibaar wasmiddel bij veel machines in vak II. Sommige lades hebben daarvoor een speciaal inzetstuk of klepje dat correct moet worden ingesteld. Kijk daarom naar de markering van de lade en de handleiding van het model.

Welk vakje is voor wasverzachter?

Wasverzachter gaat bij veel wasmachines in het aparte vak met een bloem- of vergelijkbaar verzorgingssymbool. Vul dit niet boven de MAX-markering. Het middel wordt dan tijdens de daarvoor bedoelde spoelfase toegevoegd.

Advies van de expert

André

Witgoedexpert bij Witgoed-Gids.nl

In kennisartikelen vertaalt André technische eigenschappen, functies en onderhoud naar praktische uitleg: wat het betekent, wanneer het nuttig is en waar je in het dagelijks gebruik op moet letten.

Meer over André