Bij een gewone wasmachine doe je voor iedere wasbeurt zelf wasmiddel in de lade of een doseerbol.
Een wasmachine met automatische dosering heeft één of meer grotere reservoirs. Die vul je met genoeg wasmiddel voor meerdere wasbeurten.
Daarna werkt het in grote lijnen zo:
- Je vult het reservoir met het geschikte vloeibare wasmiddel.
- Je kiest een wasprogramma en eventuele instellingen.
- De machine bepaalt hoeveel middel voor die wasbeurt nodig is.
- Een doseersysteem haalt de berekende hoeveelheid uit het reservoir.
- Het wasmiddel wordt tijdens de cyclus aan het waswater toegevoegd.
Je hoeft het reservoir pas opnieuw te vullen wanneer het niveau laag wordt.
Hoeveel wasbeurten je met één vulling kunt draaien staat niet vast. Dat hangt onder andere af van de inhoud van het reservoir, de ingestelde dosis, het programma, de hoeveelheid wasgoed en bij sommige systemen de gekozen vuilgraad.
De Consumentenbond ziet bij verschillende systemen reservoirgroottes van ongeveer 800 tot 1500 ml en noemt circa 15 tot 20 volle katoenwassen als veelvoorkomende orde van grootte, maar de verschillen tussen systemen zijn aanzienlijk.
Een automatisch doseersysteem is dus vooral een voorraadreservoir plus een doseermechanisme dat voor iedere geschikte wasbeurt een afgemeten hoeveelheid gebruikt.