De Romeinse cijfers op een traditionele wasmiddellade geven aan op welk moment van het wasprogramma de inhoud wordt gebruikt.
De gebruikelijke indeling is:
Vakje I – voorwas
Hier gaat wasmiddel in wanneer je een programma of optie met voorwas gebruikt.
Vakje II – hoofdwas
Hier gaat het normale wasmiddel voor de eigenlijke wasbeurt in. Bij een gewone was zonder voorwas is dit daarom meestal het vak dat je nodig hebt.
Bloemensymbool – wasverzachter
Het kleinere verzorgingsvak is doorgaans bedoeld voor wasverzachter of een ander daarvoor toegestaan vloeibaar onderhoudsmiddel.
Bosch gebruikt deze indeling bijvoorbeeld expliciet in zijn handleidingen: vak I voor voorwas, vak II voor hoofdwas en het vak met het bloemensymbool voor wasverzachter.
De cijfers betekenen dus niet:
- I voor vloeibaar wasmiddel;
- II voor waspoeder;
- I voor witte was;
- II voor gekleurde was.
Ze verwijzen naar voorwas en hoofdwas.
Daardoor kan zowel geschikt poeder als vloeibaar wasmiddel in vak II worden gebruikt, mits je wasmachine en het gekozen product dat toestaan.